
Je kent het vast wel. Een bewoner die plotseling begint te roepen tijdens de zorg. Iemand die wegloopt en niet meer terug wil. Een mevrouw die haar kleding niet aan wil, of een meneer die je wegduwt zodra je in de buurt komt. We noemen dat al snel “probleemgedrag”. Maar dat woord klopt eigenlijk niet. Het gedrag is niet het probleem — het is een boodschap. En jouw taak is niet om het gedrag te stoppen, maar om te begrijpen wat erachter zit.
In dit artikel neem ik je mee in hoe je onbegrepen gedrag bij dementie leert lezen, waarom het ontstaat, en hoe je er rustig en effectief op reageert — zonder dat de spanning oploopt.
Iemand met dementie verliest stukje bij beetje het vermogen om de wereld te begrijpen en om zichzelf uit te drukken in woorden. Wat overblijft, is gevoel. Het gedrag dat je ziet is bijna altijd een poging om een behoefte of emotie te uiten die niet meer in taal past.
Als we het “probleemgedrag” noemen, leggen we het probleem onbewust bij de cliënt. Maar het gedrag is logisch — vanuit zijn of haar belevingswereld. De vraag is niet “hoe stop ik dit?” maar “wat heeft deze persoon nodig?”. Dat kleine verschil in perspectief verandert alles in hoe je reageert.
Onbegrepen gedrag heeft bijna nooit één oorzaak. Het is vaak een combinatie van factoren. Deze vier kom je het vaakst tegen:
Honger, dorst, pijn, vermoeidheid, naar het toilet moeten, het te warm of te koud hebben. Klinkt simpel, maar iemand die niet meer kan zeggen “ik heb pijn” laat dat soms zien door te slaan of te roepen. Pijn is een van de meest onderschatte oorzaken van onrust.
Stel je voor: je weet niet meer waar je bent, je herkent het gezicht niet dat je komt wassen, en die persoon trekt ineens je kleren uit. Vanuit die beleving is verzet juist gezond. Het is zelfbescherming.
Een drukke huiskamer, een tv die aanstaat, meerdere mensen die tegelijk praten, fel licht. Een brein met dementie kan prikkels niet goed meer filteren. Wat voor jou normaal is, kan voor de bewoner een overweldigende chaos zijn.
Volwassen mensen zijn hun hele leven zelf de baas geweest over hun lichaam en dag. In de zorg wordt dat ineens overgenomen. Verzet is vaak een gezonde poging om nog íets van controle te houden.
Gedrag is communicatie. De vraag is niet “hoe krijg ik dit gedrag weg?” maar “wat wil deze persoon mij vertellen?”
Wanneer je op het moment zelf staat, helpt het om niet meteen in actie te schieten maar eerst te observeren. Gebruik deze drie stappen.
Als de spanning er eenmaal is, bepaalt jouw houding voor een groot deel hoe het verloopt. Mensen met dementie pikken jouw emotie haarfijn op, ook als de woorden hen ontgaan. Onrust is besmettelijk — maar rust gelukkig ook.
Het mooiste is natuurlijk als de spanning niet eens ontstaat. Veel onbegrepen gedrag is te voorkomen door de dag zo voorspelbaar en veilig mogelijk te maken: vaste gezichten, ritme, rust, en aandacht voor de kleine signalen vóórdat ze groot worden. Bespreek terugkerend gedrag in het team en leg in een persoonlijk plan vast wat wél werkt bij déze bewoner. Wat de ene persoon kalmeert, prikkelt de ander juist.
Onbegrepen gedrag begrijpen is een vaardigheid, geen talent. Het is iets dat je kunt leren en oefenen. En het maakt je werk niet alleen veiliger, maar ook betekenisvoller — want achter elk lastig moment zit een mens die zich gezien wil voelen. Dat is precies waar de GRIP-methode op gericht is: rust houden, de boodschap lezen, en regie terugbrengen voor jou én je cliënt.
Onbegrepen gedrag echt leren begrijpen? Bekijk de open training Bewegingsagogie.
In De Casusbrief deel ik elke week een echte praktijksituatie met concrete tips. Of kom naar de open training GRIP-methode en oefen het zelf.
Meld je aan voor De Casusbrief →AllesFrits · Cornelis Roobolstraat 32, 3554 BT Utrecht · KvK 72687479 · BTW NL002437177B90 · info@allesfrits.nl